
Serge De Wolf (Vervaeke) gepokt en gemazeld in ADR-transport
Transport van gevarengoed loopt al 37 jaar als een rode draad door de carrière van Serge De Wolf. De managing director van tanktransporteur Vervaeke in België, Frankrijk en Luxemburg buigt zich als specialist over de uitdagingen in de sector. U vindt deze bijdrage ook in het recentste Flowsmagazine.

Serge De Wolf is van opleiding ingenieur in biochemie. Hij zette zijn eerste stappen in het vervoer van ADR-goederen als inspecteur bij het toenmalige Depauw & Stokoe (SGS). “Bij het monsteren van de lading van zeeschepen heb ik bijna letterlijk van de chemie geproefd en die interesse heeft me nooit meer losgelaten.” Later maakte hij de overstap naar ADR-transporteur Coulier in Hamme. Dat bedrijf werd na een faillissement overgenomen door het Franse Samat. Voor zijn aantreden als managing director bij Vervaeke voor België, Frankrijk en Luxemburg twee jaar geleden, was De Wolf 16 jaar lang actief bij de Antwerpse tanktransporteur Trafuco, waarvan de laatste 4 jaar als CEO.
Na de overnames van de Nederlandse familiebedrijven Van der Lee en Jan Dohmen, respectievelijk in 2017 en 2019, opereert Vervaeke vanuit dertien locaties gelegen in de grootste chemiecluster van Europa.
Zuren vervoeren
“Ik heb altijd een passie gehad voor veilig transport van gevaarlijke goederen”, vertelt De Wolf. “De nieuwe uitdaging sprak mij aan door het sterke en gezonde imago dat Vervaeke als groep geniet in de sector én omwille van de specialisatie van het bedrijf in de meest uitdagende takken van het ADR-transport. Denk aan het vervoeren van zuren, logen, cyaniden en cryogassen waarbij er een noodzaak is aan de hoogste veiligheidsstandaarden.”
Ondanks zijn indrukwekkende parcours in het ADR-transport raakte De Wolf danig onder de indruk van het reilen en zeilen bij zijn huidige werkgever. “Veiligheid zit hier écht ingebakken in de bedrijfscultuur. Daarnaast is er de continue aandacht voor research & development van het technische luik van ADR-transport. Binnen het bedrijf zijn de nodige kennis en ervaring aanwezig om aan het meest optimale materiaal te geraken voor het vervoer van gevarengoed. Daarbij wordt ook gekeken naar leveranciers buiten Europa. Tot slot is er de nodige bereidwilligheid bij de eigenaars van het bedrijf om in dat materiaal van hoge kwaliteit te investeren.”
Pleidooi uniforme regelgeving
Als specialist ter zake neemt De Wolf al geruime tijd een verantwoordelijkheid op als voorzitter van de ADR-commissie bij Febetra en de werkgroep ‘Logistiek’ van de Belgische Associatie van Chemie Distributeurs. Vanuit die rollen voert hij al langer een pleidooi voor een uniforme regelgeving voor ADR-transport in België. “De verschillen in regelgeving tussen het Vlaamse, Waalse en Brusselse gewest zijn geen goede zaak. We breken een lans om er opnieuw een federale materie van te maken. Het is bijvoorbeeld jammer dat we niet vooraf werden geconsulteerd over de vernieuwing van de examens voor ADR-chauffeurs in Vlaanderen. Gelukkig wordt er meestal wél naar het werkveld geluisterd.
"Moeilijke hordes kunnen ook genomen worden"
De heikele positie van de Europese chemie-industrie, die steeds meer de concurrentie voelt van de Verenigde Staten en China, staat ook bij De Wolf hoog op de agenda. “Europa dreigt zichzelf op dit moment uit de markt te prijzen door de strenge regulering inzake duurzaamheid en het trage vergunningenbeleid. Uiteraard moet er aandacht zijn voor de klimaatproblematiek, maar je mag jezelf ook niet in de voet schieten.” Al ziet hij ook kansen. “Het is onze opdracht als ADR-transporteur om ons verder te blijven specialiseren. ‘Moeilijke hordes kunnen ook genomen worden’, is bij Vervaeke het uitgangspunt. De inhouse kennis over gevaarlijke stoffen is bij veel bedrijven tanend door de vele uitdagingen en verplichtingen die op hen afkomen. Voor Vervaeke is het een zaak om op die uitdagingen in te spelen.”
Spanningsveld
Vervaeke doet nog dit jaar tests met een branstofcelvrachtwagen (zie kader). “Dergelijke tests zijn voor ons belangrijk om te weten hoe het voertuig zich zal gedragen. Wat zijn de uitdagingen bijvoorbeeld bij het laden en lossen, én wat met de risico’s bij het tanken van waterstof bij een temperatuur van minder dan –250 °C. Welke veiligheidsmaatregelen zijn er nodig bij een herstelling in een van onze garages? Het zijn allemaal vragen die we dankzij de tests beantwoord willen zien.”
Al liggen er nog andere obstakels op de weg. “De goedkeuring krijgen van SEVESO-bedrijven om met een brandstofceltruck op waterstof de site op te rijden, vormt een uitdaging. We hebben het eerder al meegemaakt met lng-trekkers die geweigerd werden omwille van het veiligheidsrisico. Het is een voorbeeld van het spanningsveld tussen de vraag om als ADR-transporteur je CO2-uitstoot aan te pakken en de dagelijkse praktijk”, besluit de Wolf.